Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

454

DE GOTHISCHE BOUWKUNST.

2 middelpunten beschreven; eveneens zeer gedrukt is de met-elliptische korfboog, een specifiek Nederlandsche boog, voornamelijk Fig. 449. 4. toegepast in de burgerlijke bouwkunst. De klaver- Fig. 468. bladboog uit het Romaansche tijdvak handhaaft zich voor portalen naastden ezelsrugboog; voordeu- Fig.449.6,9. ren en vensters vindt de segmentboog toepassing, een gedrukte halfcirkelvormige boog. Ook een omge- Fig. 449. 10. keerde spitsboog,bestaande uit verschillende omgekeerde cirkelsegmenten behoort bij de Duitsche LaatGothiek, terwijl bij rechthoekig afgesloten deur- of vensteropeningen de hoeken door halve cirkels worden afgerond.

fc HET ORNAMENT.

Reeds in de 12e eeuw werd in Frankrijk gepoogd de ornamentvormen te ontleenen aan de flora van weide en van woud. Het plantornament herinnert nu niet meer aan vroegere tijdperken of

andere stijlen, doch neemt een geheel afzonderlijke plaats in. Af en toe alleen lijkt in de vroege periode de akanthus Fig. 436. Fig. 456-458. nog iets op den Romaanschen. Fig. 439.

Maar de eerste ornamenten van de inheemsche flora zijn duidelijk te herkennen: weegbree, aronskelk, ooievaarsbek, Fig. 437. Fig. 455. leverkruid, leeuwenbek, erwt, klaverblad, papaver, boterbloem, waterkers, brem, hoefblad en vele andere, evenals de grootere motieven: klimop, wijndruif, hagewinde, ahorn, hulst, koolblad. Tegen het einde van de 13e eeuw volgen eik, kastanje, beuk, en kleine planten, waaronder vooral de peterselie en de distel een groote plaats innemen. Fig. 438.

Een symbolische beteekenis ontbreekt, behalve bij de reeds oud-Christelijke symbolen, als roos, lelie, wijndruif, korenaar en papaver; alle ornamenten zijn zuiver natuurnavolgingen. Echter dragen ze in de architectuur niet het karakter van een tijdelijke versiering, maar versterken ze de architectonische bestemming, tegelijkertijd die verklarend.

Sluiten