Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE GOTHISCHE BOUWKUNST.

455

Hoe kleiner plant, hoe fraaier en strenger styleering en vroeger de tijd van ontstaan; later Gothiseh ornament daarentegen is vrij en ongebonden gestyleerd. In den beginne worden bij voorkeur knoppen en ontluikende bloemtakken verwerkt; later, terwille van reliëf en Fig. 459. schaduwwerking, worden ontwikkelde bladeren nog voorzien van bolvormige verhevenheden. Steeds houdt het reliëf goed verband met de plaats, zoodat bij toenemende hoogte ook het reliëf grooter wordt, en de partijen grover als 't ware. Bovendien wordt het ornament zooveel mogelijk van den fond vrijgehakt, zoodat slechts enkele steunpunten het verband bewerkstelligen. Bladeren worden, in lange rijen zich herhalend, of in afwisselende groepen toegepast; in de LaatGothiek groeien de bladeren naturalistisch en zijn ze afgewisseld met bloemen, vruchten of dieren. Hoewel alle architectonische onderdeelen werden versierd, concentreerde zich de ornatie voornamelijk aan kapiteelen, hollijsten, wimbergen, deur- en vensteromlijstingen, sluitsteenen, fioelen en torenspitsen.

In de 15e en 16e eeuw verdween de logische gedachtengang in het ornament; het werd knoestig, verstard, schematisch en onrustig van werking. Fioelen van grafmonumenten werden, evenals kruisbloemen op wimbergen, gebogen, de

Fig. 459. eersten volgens de buiging der gewelven. Vensterposten groeien slingerend op, met doode afgeknapte zijtakken, zooals we aan rustieke boschbruggetjes zien. Naast de bobbels vertoont het bladornament holle oppervlakken, terwille van de schaduw.

2. Figurale beeldhouwkunst vindt ruime toepassing aan de gevels; tympans worden geheel gevuld met figurale Fig. 492. reliëfs; in portaalomlijstingen, worden vrijstaande statuen toegepast, evenals in de in tabernakels eindigende steun- Fig. 441. beeren. De zelden symbolische voorstellingen worden meer en meer verdrongen door karikaturistische of humoristische. Op alle consoles en baldakijnen, soms in rijen in de gevels der Fransche kathedralen (konings- Fig. 482. galerijen), worden de kleinhoofdige, van lange smalle handen voorziene beelden geplaatst, met de karakteristieke Fig. 500. S-vormige uitbuiging der heup; de meer klassieke plooival uit den Romaanschen tijd wordt door de inheemsche kleederdracht vervangen, en meestentijds hebben de gelaatstrekken een sentimentéele uitdrukking. Bovendien werden menschen en dieren dikwijls vervormd tot gedrochtelijk gestyleerde waterspuwers, aangebracht op die plaatsen, waar Grieken en Romeinen diermaskers gebruikten.

Sluiten