Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

456

DE JGDTHISCHE BOUWKUNST.

Fig. 480. Inwendige van de kathedraal te Troyes. (Naar foto Gurlitt).

Fig. 481. Kathedraal van Amiens.

3. Decoratieve schilderkunst. Het geheele inwendige kerkruim werd gepolychromeerd; veel muurvlakte was overigens niet te beschilderen, daar de wanden bestonden uit steunsels en gaten en het bouwwerk ten slotte niet

Fig. 478. meer was dan een constructief geraamte. Figuraal schilderwerk vond dan ook minder toepassing dan ornamentaal;

de figuren werden in omtrekteekening opgezet en ingevuld met lichte kleuren en weinig schaduw, terwijl de fond öf eenkleurig öf geometrisch werd georneerd. Langzamerhand werd echter onder invloed van de paneelschilderkunst meer schaduw toegepast, terwijl achtergronden zeer primitief een landschap voorstelden, als er planten of boomen op werden gestyleerd.

Van de profane decoratieve schilderkunst is slechts weinig bewaard gebleven; voornamelijk legenden, sagen en tafereelen uit het dagelijksch leven vormen den hoofdinhoud.

4. Glas-in-lood schilderkunst. Waren de Romaansche glas-in-lood vensters eigenlijk slechts gekleurde glasmozaïken, in de Gothiek veranderde dit. Allereerst werd e«n nieuwe kleur toegevoegd, n.1. geel; en bovendien werd, door het plaatselijk wegslijpen van het gedoubleerde rood en het hierop aanbrengen van andere kleuren, het aantal nieuwe kleuren tot vier verhoogd, n.1. wit (weggeslepen rood), geel, zwart en rood, waarbij in later tijd nog groen, blauw en violet gedoubleerd voorkwamen. Wfel zijn de kleurige figurale 14« en 15e eeuwsche vensters zeer fraai, doch de kleurharmonie van de 13= eeuwsche ramen was toch beter. Naast deze veelkleurige vensters kwamen nog de eenkleurige grisaille vensters voor, met spaarzaam plaatselijk aangebrachte gekleurde gedeelten; door de loodstrippen werd de teekening aangegeven. De 14* eeuwsche vensters zijn gekenmerkt door

Fig. 477. bladornamenten en tapijtvormige achtergronden, de 15« eeuwsche door figuren te midden van traceerwerk. De

Sluiten