Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE GOTHISCHE BOUWKUNST.

457

medaillons uit de 14' eeuw worden vervangen door bouwkundige fragmenten: consoles, bal¬

dakijns, boelen en wimbergen en torenv

bekroningen.

wormige

OVERZICHT DER MONUMENTEN.

FRANKRIJK. 1. De Vroede- Gothiek duurt in Frankrijk van 1150—1200. De zware vormen uit het Romaansche tijdvak werken nog na in de ronde pijlers voor i den middenbeuk en de kapiteelvor- i men. De zware Westtorens blijven | vierkant tot aan de bovenste ver- ! dieping toe, terwijl de horizontale j gevelindeeling krachtig spreekt. De j kooromgang, enkel of dubbel, is nog I steeds halfrond, mèt of zonder kapel- 5 len, terwijl ook de dwarsbeuk soms | apsiden krijgt. De vensters zijn spits- I boog- of ook nog rondboogvormig, j zonder traceerwerk. Algemeen vindt | het zesdeelige kruisgewelf toepassing, ! met stevige rondstaafprofielribben. j Ook worden nog galerijen gebruikt, |< doch deze worden reeds door trifo- ! riën vervangen. Het ornament wordt :.

levendiger, ontleend aan inheemsche flora en fauna.

2. De bloeitijd duurt van 1200-1300, en wordt style rayonnant genaamd. Alles wat aan Romaansch herinnert, verdwijnt. De ronde pijlerschacht krijgt schalken, gevormd aU halve zuilen, die doorloopen van het basement tot aan de geboorte van het gewelf. Achter de zware geveltorens ligt een driebeukig schip; ook de dwarsbeuk is driebeukig, doch het koor is 5-beukig veelhoekig eindigend in veelhoekige kapellen. Een vierkant van den zijbeuk vormt steeds met één rechthoek van den middenbeuk een travée. De gaanderijen worden steeds door triforiën vervangen; terwijl over 't algemeen de vensters breeder worden, neemt ook net roosvenster in omtrek toe.

3. De Late-Gothiek heet style flamboyant en is gekenmerkt door uiterste lichtheid en slanke vormen. De glopen der venstertraceeringen veranderen in vlamvormige motieven als

Fig. 482. Natre-Dame te Pa

rijs.

Sluiten