Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE GOTHISCHE BOUWKUNST. 453

uit, tengevolge van een voorliefde voor hallenkerken. De drie evenbreede, evenhooge ruimten worden verlicht door groote vensters in de buitenmuren, en zijn door één groot dak overdekt. Ontegenzeggelijkstaathethallenkerkensysteem in schoonheid achter bij het Fransche, vooral het uitwendige. Daar dikwijls iedere beuk in een soms veelhoekige apsis eindigt, of

de middenbeuk in een vereenvoudigd koor eindigt, zonder omgang en kapellenkrans, komt ook hier een streven naar eenvoud aan den dag.

Het hoofdmotief wordt gevormd door Fig. 472. de twee hooge gevel" torens. In de gevels verdwijnt in Duitsch-

Fig. 489. Het inwendige van de kathedraal te Straatsburg.

land de horizontale indeeling van de Fransche kathedraalgevels. Boven het portaal komt een hoog spitsboograam, en alle lijsten worden door vertikale motieven onderbroken. Bovendien zijn torens met hooge a jour bewerkte spitsen bij uitstek Duitsch.

Ook in Duitschland is een bloeitijdperk in de Gothiek te onderscheiden. In 1220 openbaren zich de eerste uitingen; reeds in 1250 is de Gothiek tot volle ontwikkeling gekomen, en begint het bloeitijdperk, dat ongeveer tot 1300 duurt. Eerst in 1650 is de Gothiek door de Renaissance volledig verdrongen.

De Vroege Gothische monumenten bezitten nog zuilen of eenvoudige vierkante pijlers,

Sluiten