Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE GOTHISCHE BOUWKUNST.

477

Fig. 507. Schippershuis te Gent.

Fig. 508. Baksteenhuis te Yperen

(1544). (Naar foto van IJzendijck).

4. Woonhuizen. In Noord-Duitschland waren ze van baksteen, in het wnndriik^ M;rWo„

Duitschland van houten balken en leggers voor bet constructieve deel, met baksteen of pleisterwerk als vulling (vakwerkbouw). De huizen werden soms gepolychromeerd, of wel met snijwerk versierd. Vele van de huizen zijn verdwenen, tengevolge van verkeerseischen en uitbreidingsplannen der steden, die, daar ze verdedigbaar moesten zijn, een klein oppervlak besloegen. Tengevolge waarvan de straten nauw, de pleinen klein en de huizen hoog en smal waren. Eerst na 1450 werd voor woonhuizen vensterglas algemeen. De vakwerkhuizen kregen overstekende verdiepingen, met gesneden consoles en erkers. Als vroeger bleef het beroep beneden uitgeoefend, en de woning boven toegankelijk langs fraaie trappen, bij voorkeur wenteltrappen.

Huizen bleven bewaard in Brandenburg, Brunswijk, Elbing, het steenenhuis te Frankfort a. M. (15e eeuw), te Hannover, Halberstadt, Hildesheim; Etzweilersche huis te Keu 1 en, Lüneburg; te Munster in Westfalen; het Nassauer- en het Kraftsche huis te Neurenberg (1510); te Stendal; te Quedllnburg, en te Wernigerode.

Sluiten