Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

478

DE GOTHISCHE BOUWKUNST.

BELGIË EN NEDERLAND.

Tusschen Frankrijk en Duitschland ingesloten, kon het niet anders, of beide groote landen oefenden invloed uit op de

kleinere landen aan de Noordzee. In het Romaansche tijdvak vertoonde de bouwkunst in Nederland vooral een Duitsch karakter, evenals in de Laat-Gothiek. België bleef gedurende het geheele Gothische tijdvak

overwegend Fransch, evenals Nederland gedurende het bloeitijdperk. Maar steeds blijft de Gothiek in België fraaier en van meer belang dan in Nederland, en dit vooral wat betreft de burgerlijke bouwkunst.

In België, zoowel als in Nederland, waren in de 12e eeuw reeds de steden tot bloei en macht geraakt; slechts de groote steden in Italië streefden de Vlaamsche en Hollandsche steden in macht opzij. En de gebouwen, die van dezen macht getuigden, droegen met hun zwaren hoogen toren, de beffroi, een geheel eigen karakter, al zijn de details ontleend aan de kerkelijke bouwkunst. Ongeveer 1250 heeft in België de Gothiek reeds geheel de Romaansche bouwkunst verdreven. De kerken zijn 3-, 5- of zelfs 7-beukig, met veelhoekig koor, al of niet met kooromgang en kapellenkrans, overdekt door net- en stergewelven, rustend op ronde zuilen. De beide buitenste beuken ontstaan door tusschen de steunbeeren kapellen aan te

Fig. 509. Koor van den Dom en ingang van den kloostergang te Utrecht.

Sluiten