Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE GOTHISCHE BOUWKUNST.

491

Fig. 535. Woonhuis te Kampen.

Fig. 536. Zijgevel van het stadhuis te Kampen.

Lieve Vrouwe toren, waarvan slechts het benedendeel door Antonius Keldermans in natuursteen werd voltooid; Zierikzee, deSt. Lievenstoren, onvoltooid; uit gevonden plannen blijkt, dat deze toren die van Antwerpen had moeten evenaren.

Stadhuizen van belang zijn die te Alkmaar, Laat-Gothisch; te Delft, waarvan alleen nog de toren Gothiek is; te Gouda, met natuursteen gevels, voltooid 1460. overwelfde kelders, Renaissance stoep en geveltorentje; te Kampen, baksteen met natuursteendetails, console en baldakijns met beelden, dak balustrade eh hoektorentjes op den zijgevel; te Monnikendam, dat verdwenen is, maar waarvan de bijzonder fraaie speelto ren nog is overgebleven; te Middelburg, verreweg het mooiste, Laat-Gothiek in natuursteen. De beneden verdieping is eenvoudig j tusschen de ramen van de tweede verdieping zijn op consoles en onder baldakijns de beelden geplaatst van de graven van Zeeland. Het stadhuis is asymmetrisch, met een topgevel rechts en een hoektoren, doorloopend tot op den grond. Achter het gebouw staat een fraaie toren, vierkant beneden, boven achthoekig. Bouwmeesters o.a. Andries en Antonie Keldermans. Het stadhuis te Sluis, ± 1400 voltooid in baksteen, met ingebouwden toren en vier hoektorentjes; te Veere, voltooid in de 16e eeuw, met toren

en oeeiaen in ae nissen tusschen de vensters, ün noemen we nog de Waag te Deventer.

Kasteelen bleven in ons land slechts weinige bewaard.'Het oudste is het Binnenhof, te 's-Gravenhage, in 1247 voor graaf Willem II van Holland gebouwd; het bestaat uit twee verdiepingen, beide overwelfd, de de benedenste zonder ribben. Op de hoeken staan torens; baksteen met natuursteen. Te Haarlem, een deel van het tegenwoordige stadhuis, voor de Graven van Holland gebouwd; te Medemblik, het kasteel van Floris V,

Fig. 548. Fig. 538. Fig. 471,536

Fig. 542,543.

Fig. 465.

Fig. 539. Fig. 537.

Fig. 532.

Sluiten