Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Vindt men dus in de Inleiding alle noodige inlichtingen over het porcelein, hier mogen er nog enkele volgen over de beschreven verzameling.

Dat het Haagsche Gemeente-Museum zou trachten om van de producten der plaatselijke nijverheid goede stalen te verwerven, lag natuurlijk voor de hand en reeds spoedig wist men ook ten opzichte van het porcelein aan dien eisch te voldoen. Het kleine budget dwong echter tot beperking en de betrekkelijk hooge prijzen van dit product stonden dus de uitbreiding der verzameling zeer hinderlijk in den weg. Gelukkig kwamen enkele geschenken en legaten in deze omstandigheden te hulp, terwijl het in 1884 verkregen, belangrijk bruikleen van een geheel servies door de familie Evers, een buitengewone vooruitgang beteekende, die als het ware tot verdubbelden ijver aanzette.

Toch konden nu en dan belangrijke aankoopen worden gedaan: in 1888 werd een uitgebreid koffie- en theeservies (No. 33) uit den boedel-van Heeswijk verworven, gaandeweg kwamen daar interessante stukken bij; de stukken met Doorniksch blauw bijvoorbeeld (Nos. jj en j6), het mooie kopje met cherubijnen (No. 24), de beide terrines (Nos.4j en 46). Na 1912 ging dit in sneller tempo: naast den aankoop in 191 j van vele belangrijke stukken uit de verzameling Steengracht van Duivenvoorde — waarvoor de Vereeniging Rembrandt een voorschot gaf, - stond de schenking van andere fraaie stukken uit die verzameling door wijlen Mr. A. E. H. Goekoop.

Het mooie serviesje onder No. 6 was eveneens een geschenk, waardoor enkele stadgenooten hunne belangstelling in het Museum wilden toonen. Het laatste jaar, dat met den aankoop voor f3000.—, weder met behulp van „Rembrandt", der groote zeer bijzondere vaas (No. 43) begon, was ook bijzonder rijk aan geschenken, terwijl 1916 inzette met de verwerving van het unieke stel van vijf vazen eertijds in de collectie-Boreel (No. 30).

Door een en ander is de verzameling dan ook niet slechts zeer toegenomen, maar ook geworden tot een werkelijk volkomen representatieve van dit product van kunstnijverheid, waardoor het geven van een afzonderlijken uitvoerigen Catalogus alleszins gerechtvaardigd wordt.

Januari 1916.

Sluiten