Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

22

INLEIDING.

deelen in de reeds weeke veldspaath-deelen, waardoor hunne eigenschap van hardheid bij afkoeling aan het geheele gevormde voorwerp wordt medegedeeld.

Maar aan deze samengloeiing gaat de vormgeving vooraf. Die vormgeving der massa kan op twee wijzen geschieden. Heeft men met platte vormen te doen, dan kan men de massa min of meer droog op den draaischijf bewerken, maar met meer ingewikkelde vormen, diep vaatwerk bijv., moet men haar in min of meer vloeibaren toestand in vormen gieten. Zoodanig is de grondstof dier vormen samengesteld, dat ze het vocht der massa zeer snel opzuigt. De op de eene of op de andere wijze verkregen voorwerpen moeten dan worden glad gemaakt, de gietnaden moeten worden verwijderd, en ook moeten de afzonderlijk gevormde deelen: ooren, tuiten enz. worden aangezet.

Zijn de stukken goed droog, dan kan beschildering, maaralleen met blauwe kleur, plaats hebben; het fabrieksmerk wordt in die kleur dan ook opgezet, maar ook gewone versiering is mogelijk. Deze blauwschildering gebeurt echter meestal eerst na de volgende bewerking: het gloeien, vóór het glazuren. De stukken worden voor dat gloeien elk in een leemen kistje geplaatst, waardoor het vuur henzelf niet bereiken kan, wanneer zij in den gloeioven gezet worden. Daarin wordt het porcelein eerst slechts zooveel verhit, dat het de glazuur goed kan opnemen, waarin het na het gloeien gedompeld moet worden. Met het glazuur komt het opnieuw in den oven. Het blijft dan ongeveer 14 uur aan de grootste hitte blootgesteld. De achttiende-eeuwsche ovens werden met hout gestookt en vereischten dus een voortdurend en bekwaam toezicht, opdat de hitte niet slechts voldoende, maar ook gelijkmatig blijven zou.

In een behoorlijke „brand", welke eens per week plaats had, konden volgens opgaven van de fabriek te Ansbach-Bruckberg, gereed gemaakt worden: 24 borden, 4 koffie- en 4 melkkannen, 4 suikerpotten, 4 spoelkommen, 70 schoteltjes, 75 dekseltjes en 575 kopjes. Daarbij was dan al naar gelang van de plaats, die zij ten opzichte van het vuur gekregen hadden, beste middelsoort en mindere waar, ongeveer in eene verhouding van 3, 2 en 1 x).

Zijn de voorwerpen op deze wijze gebakken, dan kan boven op

x) Stieda, Die Keramische Industrie in Bayern, wahrend des 18 Jahrh. blz. 173 vlg.

Sluiten