Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

36

INLEIDING.

Dat dit niet min of meer toevallig gebeurde, bijvoorbeeld op Lyncker in handen gekomen gewoon Doorniksch goed, dat hij dan door bij-decoreering een veel grooter waarde gaf, mag blijken

uit het voorkomen van geheele serviezen op deze wijze bewerkt. Nog meer uit het feit, dat op geen enkel stuk van zulk een zeer uitgebreid servies bij baron van Zuylen van Nyevelt, dat ik speciaal met dit doel gehéél onderzocht, ook maar een spoor van een Doorniksch merk voorkomt. De aflevering met de bouquetten, en in analogie ook die met de koningsblauwe randen, geschiedde dus opzettelijk door Peterynck, die het directe voordeel van den

17. Bord met koningsblauw en vogels. verkoop hooger Stelde, dan

het gevaar, dat Lynckers product met het zijne concurreeren zou.

Dat trouwens, in het algemeen, buitenlandsche fabrieken er geen bezwaar in zagen wit, onbeschilderd porcelein aan Lyncker te leveren, ook al wisten zij, dat hij het zou beschilderen, en hunzelf met dit product concurrentie zou aandoen, is daarmede in overeenstemming en ook wel begrijpelijk als wij bedenken, dat wat de porceleinen duur maakte het handwerk der beschildering was en dat dus de massa-verkoop van wit goed tegen behoorlijken prijs een welkome bate kon wezen, vooral voor de kleinere fabrieken, (Volkstedt en Ansbach bijv.) waarmede wij Lyncker in relatie zien.

c. De Vormen.

Veel minder typisch dan de beschildering, zijn de vormen der Haagsche fabriek. In de eerste plaats natuurlijk wel daarom, dat botervlootje (afb. 30) van de tweede soort bij-decoratie zijn in het Gemeente-Museum, een geheel servies met bijdecoratie van vogels bij baron v Zuylen v. Nijevelt. Eigenaardig zijn bij dit servies de enkele borden, waarop de Doorniksche bouquetjes ontbraken, zoodat zij geheel in den Haag gedecoreerd werden, waardoor de tegenstelling tusschen de beschildering op en die onder de glazuur duidelijk spreekt.

Sluiten