Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

INLEIDING.

41

d. De Grondstof.

Slechts voor de goede kenners is de moeilijk te herkennen grondstof van het fabrikaat van beteekenis. Al wat er aan pdte tendre

bij is, is van Doorniksche afkomst. Behalve aan de iets naar hetroomige neigende kleur der pate is zij ook te onderkennen aan de smeltender manier, waarop de kleuren der beschildering in de glazuur zijn opgenomen.

De hardporceleinen zijn dan gedeeltelijk van Duitsche fabrieken, gedeeltelijk van de Haagsche zelf. Het wil mij voorkomen, dat ook de eigen pate der Haagsche fabriek niet dat melkwitte, harde heeft van het Duitsche fabrikaat, en ook enkele onvolkomenheden vertoont, die het toch wel eenige meerdere charme verleenen. Maar ik durf daaron. toch niet al te sterken

, . , 22. Koffiekan, onder de glazuur gemerkt.

nadruk leggen. (Cou. v. z. v? n.)

e. Conclusie.

Nemen wij tezamen, wat de nauwkeurige onderscheiding naar merken, decors, vormen en grondstoffen ons omtrent het fabrikaat der Haagsche fabriek leert, dan komen wij tot deze conclusie:

Er zijn drie soorten Haagsch porcelein, namelijk:

a. Hard porcelein in den Haag gevormd en beschilderd, kenbaar aan het ooievaarsmerk onder de glazuur en de vormersmerken L en I, misschien ook F, N en K; in het geval deze vormersmerken voorkomen, kan het ooievaarsmerk ook boven de glazuur staan. Soms kan voor het Haagsch-zijn ook de vorm beslissen, wanneer die absoluut overeenkomt met dien van een ander voorwerp, dat de bovengenoemde kenteekens vertoont.

b. Hard porcelein, in Duitsche fabrieken gevormd, — van welke Ansbach bewezen is — maar in den Haag gedecoreerd en altijd boven de glazuur met den ooievaar gemerkt.

Sluiten