Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

INLEIDING.

61

Een suikerdoos f t.—.

Een schoteltje goed „ 0.25.

„ „ middelsoort (,0.17.

Een dekseltje goed „ 0-25.

„ n middelsoort ,0.17.

„ mosterdpotje » 1.50,

Gewone kopjes de 100 stuks . . . „ 6.—. Een koffieserviesje kostte zoo berekend ongeveer 10 a 12 gld. De Haagsche fabriek berekende voor een beschilderd f 22. Voor de gewone borden met bloemen en gouden rand rekende zij f 4, tegen Ansbach ƒ1.

Een tweede vergelijking geeft een opgave van de fabriek te Volkstedt i), met welke Lyncker waarschijnlijk ook relaties had. Een bezwaar is daarbij, dat de opgave van 1767 is, dus wel wat vroeg; een voordeel evenwel, dat zij niet slechts beschilderd, maar ook onbeschilderd, en zelfs half afgewerkt porcelein vermeldt. Ik herleid de Duitsche munt:

Een kopje, purper geschilderd ... ƒ 0.18.

Een waschkom en kan, purper . . . „ 1.50.

Een groote koffiekan, wit „ 0.42.

Een theepot, wit ,, 0-42.

Een melkkan, wit „ 0.42.

Een suikerpot, wit ,, 0.42.

Een bord, beschilderd , 0.72.

Een kopje, blauw beschilderd . . . „ 0.07.

Een bouillonkop, beschilderd. . . . „ 0.72.

Een bouillonkop, wit „ 0.42.

Een mosterdpotje, purper „ 0.72.

De beschilderde voorwerpen zijn ongeveer i1/* maal zoo duur als de onbeschilderde. De verhouding van het op de schilderkamer aanwezige slechts „geglühte" porcelein, tot het witte is dan weder die van 1 tot 2. Een koffiekan kost dan 18 cent, een theepot en een melkkan ook, een bord desgelijks, een gegraveerd bord is 24 cent, schalen varieeren tot 72 cent, kopjes zijn 4 cent, schoteltjes evenveel.

De prijzen van het witte goed zijn die, welke Lyncker moest

]) Zie Stieda, Die Porzellanfabrik zu Volkstedt blz. 164 vlg.

Sluiten