Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

14

den gevorderd voldoende bewijzen van practische kennis der artsenijbereidkunst en der scheikundige analyse zoo in de apotheek, als in het laboratorium.

Voor de toelating tot het examen moet worden overgelegd de verklaring van een bevoegd apotheker in Nederland of in Nederlandsch-Indië, dat de candidaat gedurende minstens twee jaren de uitoefening der. artsenijbereidkunst onder de leiding van zulk een apotheker gevolgd heeft.

ARTIKEL 28.

Bevoegd tot het afleggen van het practisch apothekersexamen zijn alléén:

a. zij, die bedoeld zijn in artikel 96 der wet van 28 April 1876 (Nederlandsch Staatsblad No. 102) tot regeling vanhethooger onderwijs, of volgens hare bepalingen met de zoodanigen gelijk staan;

b. zij, die het theoretisch apothekersexamen, in artikel 29 bedoeld, met goed gevolg hebben afgelegd.

ARTIKEL 29. Het theoretisch apothekersexamen betreft:

a. de artsenijbereidkunde;

b. de toxicologie;

c. de analytische scheikunde.

ARTIKEL 30.

Vrijgesteld van het theoretisch apothekersexamen, bedoeld in artikel 29, zijn zij, die een bewijs kunnen overleggen dat zij dit examen aan eene Nederlandsche universiteit met goed gevolg hebben afgelegd.

ARTIKEL 31.

Bevoegd tot het afleggen van het theorethisch apothekersexamen zijn alleen zij, die voldaan hebben aan een examen in:

a. de natuurkunde,

b. de scheikunde,

c. de plantkunde,

of het bewijs kunnen overleggen, dat zij töt het candidaatexamen in de geneeskunde bij eene universiteit in Nederland zijn toegelaten.

Zij moeten bovendien bewijzen hebben geleverd van kennis der beginselen van de natuurlijke geschiedenis van dieren en • delfstoffen.

Sluiten