Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

16

Voor de toelating tot dit examen moet het bewijs worden overgelegd dat de candidaat in Nederland of in NederlandschIndië als leerling-vroedvrouw is ingeschreven en daarna minstens tien gewone verlossingen in tegenwoordigheid van een bevoegd verloskundige in Nederland of in Nederlandsch-Indië verricht heeft. ARTIKEL 34.

De voorwaarden om als leerling-vroedvrouw te worden ingeschreven, worden door den Hoofdinspecteur l) vastgesteld.

ARTIKEL 35.

De bovengenoemde examens worden kosteloos afgenomen door commissiën door den Hoofdinspecteur *) aan te wijzen.

De examens worden in het openbaar gehouden, met uitzondering van die aan het ziekbed, in het scheikundig laboratorium en die in de verloskunde, welke alleen kunnen bijgewoond worden met vergunning van den voorzitter der examineerende commissie.

ARTIKEL 36.

Aan ieder, die aan het examen voldaan heeft, bedoeld in de artikelen 18, 24 en 27 wordt een diploma uitgereikt, dat hem in Nederlandsch-Indië het recht geeft om den titel te voeren:

a. in het geval van artikel 18 van arts;

b. in het geval van artikel 24 van tandmeester;

c. in het geval van artikel 27 van apotheker.

ARTIKEL 37.

Aan den apothekersbediende of aan de vroedvrouw, die aan het examen voldaan heeft, wordt hiervan een getuigschrift uitgereikt.

ARTIKEL 38.

Zij, die voldaan hebben bij het examen als arts, tandmeester, apotheker, vroedvrouw of apothekersbediende, leggen, voordat zij als zoodanig worden toegelaten, in handen van den voorzitter der examineerende commissie den volgenden eed (of belofte) af:

Ik zweer (beloof) dat ik de genees-, heel- en verlos- (tandheel-, . artsenijbereid-, verlos-) kunst volgens de daarop wettelijk vastgestelde bepalingen naar mijn beste weten en vermogen zal uitoefenen, en dat ik aan niemand zal openbaren wat in die uitoefening als geheim mij is toevertrouwd of te mijner

!) Staatsblad 1894 No. 273, juncto St. 1910 No. 649.

Sluiten