Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

42

C. INSTRUCTIE voor de particuliere geneesheeren, onder genot eener toelage of belooning belast met den burgerlijken geneeskundigen dienst (Civiele geneesheeren) bedoeld in art. 8 van het Reglement op den Burgerlijken Geneeskundigen Dienst.

Besl. van den Hisp. Chef B. G. D. van 4 October 1916 No. 8212.

ARTIKEL 1.

Behoudens hunne zelfstandigheid als behandelend geneesheer zijn de Civiele geneesheeren onderworpen aan de voorschriften, betreffende den burgerlijken geneeskundigen dienst.

ARTIKEL 2.

De Civiele geneesheeren zijn in hun arbeid en plichtsbetrachting onderworpen aan het toezicht van de ambtenaren, die algemeen of plaatselijk het geneeskundig Staatstoezicht uitoefenen en geven dezen, naar vermogen alle gevraagde inlichtingen omtrent alles wat den geneeskundigen dienst in hun ressort betreft.

ARTIKEL 3.

Waar naast een Civiel geneesheer een of meer andere geneeskundigen (Gouvernements arts, Officier van gezondheid, Inlandsen geneeskundige) geplaatst zijn, zal de verdeeling van den in de volgende artikelen aangewezen werkzaamheden geschieden door den betrokken (fungeerenden) Inspecteur.

ARTIKEL 4.

De verrichtingen, voortvloeiende uit algemeene verordeningen of voorschriften aangaande de volksgezondheid, behooren binnen hun ressort tot hun werkkring, tenzij anders is bepaald.

ARTIKEL 5.

De Civiele geneesheeren zijn verplicht overeenkomstig de bepalingen die ter zake bestaan l) of zullen worden vastgesteld, de Justitie voor te lichten.

i) Zie de artikelen 35, 36 en 37 van het Reglement op de strafvordering en artikel 42 van het Inlandsch Reglement.

Sluiten