Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

67

2. REGLEMENT betreffende de bevoegdheid en de verplichtingen van Inlandsche vroedvrouwen (Besl. Hisp. B. G.D. 13 Maart 1914 No. 2399 (Bijbl. No. 8055) juncto 9 April 1915 No. 3061 (Bijbl. No. 8533).

ALGEMEENE BEPALINGEN.

ARTIKEL 1.

Zij, die voldaan hebben aan het examen voor Inlandsche vroedvrouw, bedoeld bi] het besluit van. den Hoofdinspecteur, Chef van den Burgerlijken .Geneeskundigen Dienst van 14 Maart 1914 No. 2405, x) leggen in handen dan wel ten overstaan van de examencommissie den volgenden eed af:

.Ik zweer (beloof), dat ik de verloskunst, volgens de daarop .wettelijk vastgestelde bepalingen, naar mijn beste weten en ver„mogen zal uitoefenen, en dat ik aan niemand zal openbaren wat .in die uitoefening als geheim mij is toevertrouwd of te mijner .kennis is gekomen, tenzij mijne verklaring als getuige of deskundige in rechten gevorderd of ik anderszins tot het geven „van mededeeling door de wet verplicht worde".

Het proces-verbaal van beëediging wordt door de examencommissie ingediend aan den Hoofdinspecteur, Chef van den Burger lijken Geneeskundigen Dienst.

Deze voorziet daarna de beëedigde van eene akte van toelating tot de uitoefening der verloskundige praktijk met inachtneming van het bij artikel 2 bepaalde.

Deze akte kan door genoemden Dienstchef tijdelijk of voor goed worden ingetrokken uit hoofde van wangedrag, onzedelijkheid, vermindering der geestvermogens of krankzinnigheid.

ARTIKEL 2.

De bevoegdheden en de verplichtingen van de Inlandsche vroedvrouwen zijn dezelfde als die van de Europeesche vroedvrouwen.

Verplichtingen van- Inlandsche vroedvrouwen, die onderstand van Gouvemementswege genieten.

ARTIKEL 3.

De Inlandsche vroedvrouwen, die onderstand van Gouvemementswege genieten, staan onder de rechtstreeksche bevelen,

*) Sedert vervangen door het Besl. Hisp. B. G. D. 28 April 1915 No. 3630 (Bijbl. No. 8251).

Sluiten