Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

98

ARTIKEL 3.

In alles wat met de voeding en verpleging in verband staat, volgt de directeur de voorschriften en aanwijzingen op van den eerstaanwezenden- of met den dienst belasten officier van gezondheid.

Indien hij bezwaren heeft tegen die voorschriften, volgt hij ze niettemin op, maar is bevoegd zijne bedenkingen, voor gezien geteekend door den behandelenden geneesheer, schriftelijk in te dienen bij het hoofd van plaatselijk bestuur, dat na overleg met den eerstaanwezenden officier van gezondheid beslist, dan wel de zaak aan het oordeel van den resident onderwerpt.

ARTIKEL 4.

Directeur en opziener zijn verplicht, indien hun een landswoning is aangewezen, daarin verblijf te houden.

De directeur heeft vergunning noodig van het hoofd van plaatselijk bestuur om zich verder dan 3 palen van de inrichting te verwijderen.

Zonder vergunning van het hoofd van plaatselijk bestuur mag de opziener niet buiten het gesticht overnachten.

Nimmer mogen directeur en opziener gelijktijdig afwezig zijn,

ARTIKEL 5.

De directeur houdt gestadig toezicht op het aan hem ondergeschikt personeel. Hij zorgt dat dit personeel de-strengste waakzaamheid in acht neemt en zich zonder zijn voorkennis niet van de inrichting verwijdert.

Van verzuim of wangedrag rapporteert hij aan het hoofd van plaatselijk bestuur.

ARTIKEL 6.

De zorg voor behoorlijke bewaring der veroordeelden binnen de inrichting en voor de handhaving van strenge tucht, stipte orde en onberispelijke zindelijkheid aldaar is inzonderheid aan den directeur toevertrouwd.

Hij zorgt dat alle vertrekken dagelijks worden gelucht en gereinigd, zoomede dat het terrein der inrichting dagelijks wordt aangeveegd en schoongehouden.

Sluiten