Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

105

Behalve in geval van overmacht zijn de mandoers aansprakelijk voor ontvluchting en voor alle ongeregeldheden, welke door de veroordeelden, zoolang deze onder hun toezicht staan, mochten worden gepleegd.

ARTIKEL 30.

De directeur ontvangt dagelijks van de mandoers, met het toezicht op de te werk gestelde veroordeelen belast, na hunnen terugkeer in het gesticht een mondeling rapport over het gedrag en de vlijt der veroordeelde arbeiders en over alle ongeregeldheden en bijzonderheden, welke dien dag zijn voorgevallen, en verneemt van hen welke veroordeelden de hun opgelegde taak niet of niet behoorlijk hebben afgewerkt.

Hij stelt omtrent het medegedeelde een nader onderzoek in bij de arbeiders zeiven en houdt van alles aanteekening in zijn dagrapport.

Wanneer na den dagelijkschen terugkeer in het gesticht, bij de oproeping, bedoeld in artikel 28, een of meer hunner mocht blijken te ontbreken, of hem bekend mocht worden, dat een of meer hunner van het werk is ontvlucht, doet de directeur daarvan onverwijld mededeeling aan het hoofd van plaatselijk bestuur, onverschillig of dit al dan niet reeds door de mandoers heeft plaats gehad.

ARTIKEL 31.

De gereedschappen, benoodigd voor den arbeid worden bij vertrek uit het gesticht onder goed toezicht aan de veroordeelden ter hand gesteld en bij terugkomst weder ingeleverd, waarbij zij door of van wege den directeur in oogenschouw genomen worden.

Van moedwillige beschadiging of vernieling of geheel ontbreken van eenig gereedschap houdt de directeur aanteekening in zijn dagrapport, ten einde het hoofd van plaatselijk bestuur zoo mogelijk aan den schuldige de vergoeding oplegge, onverminderd de hem wachtende straf.

ARTIKEL 32.

De directeur zorgt, dat tegen zonsondergang alle veroordeelden binnen de zalen zijn en de deuren alsdan behoudens buitengewone omstandigheden tot den ochtend blijven gesloten.

Sluiten