Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

112

artikel 10 vermelde personen, bij schriftelijk requisitoir machtiging tot plaatsing in een gesticht verzoeken aan den president van den raad van justitie.

Hij is daartoe eveneens bevoegd in het geval bedoeld bij artikel 12.

Hij is daartoe verplicht, wanneer hij de plaatsing van den krankzinnige onder verzekerd toezicht, in het belang der openbare orde of ter voorkoming van ongelukken, noodzakelijk acht, of wanneer het hem gebleken is, dat een krankzinnige verwaarloosd wordt.

ARTIKEL 12.

In spoedeischende gevallen kunnen krankzinnigen door het hoofd van plaatselijk bestuur van hun werkelijk verblijf in bewaring worden gesteld.

Deze ambtenaar geeft hiervan binnen vier en twintig uren, of waar dit niet mogelijk is, bij de eerste postgelegenheid, kennis aan den officier van justitie in wiens ressort de krankzinnige in bewaring is gesteld, met bijvoeging van de bescheiden, waaruit de krankzinnigheid blijkt.

De inbewaringstelling kan in een krankzinnigengesticht geschieden, als een zoodanig gesticht zich in de nabijheid bevindt en aldaar gelegenheid tot opneming bestaat en anders in eene plaats tot voorloopige opneming.

De duur van de inbewaringstelling mag nooit langer zijn dan strikt noodzakelijk.

ARTIKEL 13.

Ieder meerderjarige, die gevoelt dat zijn toestand verpleging in oen krankzinnigengesticht wenschelijk maakt, kan zijne plaatsing overeenkomstig artikel 10 en in een spoedeischend geval zijne inbewaringstelling overeenkomstig artikel 12 verzoeken.

ARTIKEL 14.

Bij de in de artikelen 10 en 11 vermelde verzoeken en requisitoiren wordt, zoo mogelijk, overgelegd eene uiterlijk zeven dagen vóór het verzoek opgemaakte, onderteekende en met redenen omkleede verklaring van iemand, bevoegd om in Nederlandsch-Indië het beroep van geneesheer uit te oefenen, waaruit blijkt dat de persoon, voor wien plaatsing in een gesticht verlangd wordt, in een toestand van krankzinnigheid verkeert.

Sluiten