Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

113

Bij de verzoeken en requisitoiren kunnen bovendien omstandigheden vermeld en bescheiden overgelegd worden, waaruit de staat van krankzinnigheid nader blijkt.

ARTIKEL 15.

Wanneer de verklaring van den geneeskundige, hetzij alleen, hetzij in verband met de vermelde omstandigheden en overgelegde bescheiden het bestaan van krankzinnigheid aanvankelijk genoegzaam aantoont, of wanneer in het geval bij artikel 13 vermeld, of in het geval dat geen geneeskundige verklaring is kunnen worden overgelegd, de staat van krankzinnigheid voldoende blijkt, verleent de president van den raad van justitie de verzochte machtiging.

Deze kan op het verzoekschrift of requisitoir gesteld worden.

De president is bevoegd, alvorens op het verzoek te beschikken, den persoon, wiens plaatsing verzocht is, zijne bloedverwanten of aangehuwden, zijn echtgenoot, voogd of curator daarover te hooren, wat eerstgenoemde betreft, zoo noodig in tegenwoordigheid van een geneeskundige door den president aan te wijzen. Wanneer de te hooren persoon niet ter plaatse aanwezig is, kan de president het verhoor aan het hoofd van plaatselijk bestuur zijner woon- of verblijfplaats opdragen.

Vindt de president geene voldoende redenen om machtiging tot plaatsing te verleenen, zoo verklaart hij dit op het verzoekschrift of requisitoir. De president brengt dit stuk onverwijld ter kennis van den raad van justitie. Deze beslist in het hoogste ressort volgens de voorschriften van dit artikel.

De machtiging van den president of van den raad van justitie wordt, evenals de verdere beschikkingen van den raad van justitie krachtens dit reglement, niet beteekend aan den persoon wiens plaatsing is verzocht. Zij kan na een in de machtiging te bepalen termijn van ten hoogste zes maanden niet meer ten uitvoer gelegd worden.

Bij weigering der machtiging door den raad van justitie wordt, indien de persoon, wiens plaatsing is verzocht, overeenkomstig artikel 12 reeds voorloopig in bewaring is gesteld, tevens bevolen, dat hij onmiddellijk daaruit worde ontslagen. ARTIKEL 16.

Behoudens de bijzondere voorschriften, door den GouverneurGeneraal omtrent de opneming in een landsgesticht vast te

8

Sluiten