Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

116

schrift gezonden van de in artikel 18 bedoelde aanteekeningen, vergezeld van zijne met redenen omkleede verklaring omtrent het noodzakelijke of wenschelijke eener verdere verpleging in een krankzinnigengesticht.

De officier van justitie dient hierop, zoo daartoe termen zijn, onder overlegging van de in het eerste lid genoemde bescheiden, aan den raad van justitie een requisitoir in tot het verleenen eener nieuwe machtiging voor ten hoogste één jaar.

Op dit requisitoir wordt beschikt overeenkomstig de voorschriften van artikel 20.

Telkens bij het verstrijken van den termijn der laatst verleende machtiging kan opgelijke wijze eene nieuwe machtiging worden verleend voor ten hoogste één jaar.

De verpleegde, te wiens aanzien machtiging tot verlengde aanhouding in een gesticht is verzocht, blijft daarin, hangende het onderzoek van den raad van justitie.

Bij weigering der machtiging gelast de raad van justitie tevens, dat de persoon, wiens verdere aanhouding in een krankzinnigengesticht is gerequireerd, onmiddellijk uit het gesticht worde ontslagen.

De beschikkingen krachtens dit artikel gegeven zijn niet onderworpen aan hooger beroep.

B. Van Inlanders.

ARTIKEL 22.

Machtiging tot plaatsing in een krankzinnigengesticht wordt, behoudens het bij artikel 50 bepaalde, verleend door den landraad in welks ressort de krankzinnige zijne woon- of verblijfplaats heeft.

ARTIKEL 23.-

Tot de machtiging in artikel 22 bedoeld kunnen verzoek doen de krankzinnige zelf, diens echtgenoot, ieder van zijne bloed- of aanverwanten, of de inlandsche officier van justitie.

De inlandsche officier van justitie is daartoe verplicht in het geval bedoeld bij artikel 24, zoomede wanneer hij de plaatsing van den krankzinnige onder verzekerd toezicht in het belang der openbare orde of ter voorkoming van ongelukken noodzakelijk acht.

Sluiten