Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

173

worde op ten minste 6 maanden en dat niet dan bij gebleken noodzaak een kortere termijn worde gesteld.

De wd. Hoofdinspecteur, Chef van den B. G. D. Dr. Noordhoek Hegt.

5. Circulaire Hisp. B. G. D. van 17 Maart 1916 No. 2272.

Aan

. de Hoofden van Gewestelijk bestuur in Nederlandsch-Indië.

Het komt meermalen voor, dat omtrent krankzinnigen, voor wie om opname in één der krankzinnigengestichten aan het Hoofdbureau van den Burgerlijken Geneeskundigen Dienst eene aanvraag is ingediend en die, in afwachting van de verzochte opname,"' voorloopig in eene ziekeninrichting worden verpleegd, geen nadere berichten aan het gemeld Hoofdbureau worden ingediend, wanneer die patiënten wegens overlijden, herstel of om eene andere reden niet meer voor opneming in het krankzinnigengesticht in aanmerking komen.

Wegens onbekendheid met den verderen toestand van den patiënt wordt dan door meergenoemd Hoofdbureau, zoodra in één der gestichten eene plaats open komt, die vacante plaats voor den patiënt gereserveerd en bedoeld gesticht voor zijne opname aangewezen.

Eerst later nadat het desbetreffend dezerzijdsch besluit de betrokken autoriteiten heeft bereikt — waarmede uiteraard dikwijls lange tijd gemoeid is—wordt aan het Hoofdbureau kennis gegeven, dat opname van den lijder, op grond van een der bo venbedoelde redenen, niet meer noodig is.

Afgescheiden van de omstandigheid, dat deze gewoonte leidt tot het verrichten op mijn bureau van onnoodig administratief

werk—de genomen besluiten toch moeten worden ingetrokken

heeft zij tot gevolg dat ter wille van een intusschen niet meer voor opname in aanmerking komenden patiënt, een plaats in een der krankzinnigengestichten langer dan noodig wordt opengehouden ten nadeele van een anderen lijder, die dikwijls ook reeds geruimen tijd voor een opname werd ingeschreven.

Sluiten