Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

224

respectievelijk f 600 (zes honderd gulden) en f 240 dwee honderd veertig gulden) per persoon

ARTIKEL 13.

(aldus gewijzigd bij St. 1911 no 472 en 1916 no 312)

(1) De jaarlijksche subsidie bestaat uit: <j. ten behoeve van een hulpziekenhuis der:

le klasse voor 1 gediplomeerde Europeesche verpleger (ster) en 1 Inlandsche verpleger(ster),

2e klasse voor 1 gediplomeerde Europeesche verpleger (ster) en 3 Inlandsche verplegers (sters),

b. eene tegemoetkoming in de behandelingskosten, voor een hulpziekenhuis der.

lste klasse f 750 (zeven honderd vijftig gulden), 2de klasse f 1500 (een duizend vijf honderd gulden);

c. voor het onderhoud der gebouwen 5 % van de subsidie voor de oprichting;

d. voor het onderhoud der uitrusting 10 % van de subsidie voor eerste uitrusting.

(2) Behoudens het bepaalde bij het 3de lid van dit artikel draagt de Hoofdinspecteur, Chef van den Burgerlijken Geneeskundigen Dienst, zorg, dat de jaarlijksche subsidie voor aan het ziekenhuis verbonden personeel slechts wordt uitbetaald voorzoover dit personeel voltallig is geweest, dan wel ander, te zamen gelijk of hooger bezoldigd personeel er dienst heeft gedaan.

(3) Het bepaalde bij artikel 5a is mede van toepassing ten aanzien van het bij de particuliere Inlandsche hulpziekenhuizen werkzame Europeesche verplegingspersoneel.

(4) Het bepaalde bij de alinea's 3 en 4 van artikel 5 is mutatis mutandis mede van toepassing op een hulpziekenhuis, met dien verstande dat verleening van subsidie vóórdat het hulpziekenhuis is tot stand gekomen, slechts kan geschieden voor één gediplomeerd Europeesch verpleger (verpleegster) onder -voorwaarde dat deze zich beschikbaar stelt om ter plaatse waar het hulpziekenhuis zal worden opgericht, aan de Inlandsche bevolking kosteloos geneeskundige hulp te verschaffen als bedoeld in de „Gebruiksaanwijzing van de medicijnen die

Sluiten