Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

246

sonen, daaronder begrepen hunne minderjarige natuurlijke wettiglijk erkende kinderen.

g. de verpleegden in de weezengestichten en in de gestichten van andere liefdadige instellingen;

h. behoeftigen, behoorende tot de Europeanen en met hen gelijkgestelden;

i. de niet onder a tot en met h vallende personen, aan wie bij afzonderlijke beschikkingen het recht op kostelooze geneeskundige Gouvernements hulp is toegekepd.

ARTIKEL 2.

• Voor zoover de in artikel 1 bedoelde personen geen recht kunnen doen gelden op kostelooze geneeskundige hulp door den militairen geneeskundigen dienst, wordt de daar genoemde geneeskundige hulp verleend:

I. op plaatsen, waar Stadsgeneesheeren zijn gevestigd, door die Stadsgeneesheeren, ieder voor zooveel zijn wijk aangaat;

II. buiten de plaatsen, waar Stadsgeneesheeren zijn gevestigd door: ï»"; T,^

a. de Civiele Geneesheeren;

b. de Officieren van Gezondheid, belast met den burgerlijken geneeskundigen dienst;

c. de Gouvernements Inlandsche geneeskundigen;

met dien verstande dat de geneeskundige hulp slechts wordt verleend, wanneer de rechthebbenden zich bevinden binnen een kring met een straal van twee palen, gerekend van de woonplaats van de onder II genoemde geneeskundigen, of op plaatsen, waar dezen zich op dienstreizen in hun ressort tijdelijk ophouden, het laatste voor zoolang hun verblijf op die plaatsen duurt.

ARTIKEL 3.

(1) De personen, die recht hebben op kostelooze geneeskundige Gouvernements hulp, zijn verplicht zich daartoe bij den betrokken geneeskundige te vervoegen op het tijdstip en ter plaatse als door hem in overleg met het Hoofd van plaatselijk bestuur zal worden bepaald.

(2) Mocht de toestand van een der in de vorige alinea bedoelde personen naar de meening der betrokkener. niet toelaten, dat hij zich naar die plaats begeeft, dan zal hij op een door of

Sluiten