Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

269

C. Aan de behoeftige Inlandsche bevolking.

Als beginsel is aangenomen om, ingeval van epidemieën aan de behoeftige bevolking geneesmiddelen te doen uitreiken voor rekening van den Lande. (Gouv. Besl. van 25 April 1860 No. 38, Bijbl. No. 866).

Bij het Gouv. BesL. van 2 October 1876 No. 13 (Bijbl. No. 4184) is het voorschrift dat bij epidemieën aan behoeftigen onder de bevolking voor 's Lands rekening geneesmiddelen verstrekt kunnen worden, in dier voege uitgebreid, dat die verstrekking ook mag plaats hebben, wanneer zich, hetzij al of niet epidemisch, ziekten vertoonen, die in NederlandschIndië niet inheemsch zijn, b. v. cholera, of bij het heerschen van endemieën (plaatselijke of werkelijke epidemieën). Op plaatsen waar zich geen Europeesche of Inlandsche geneesheer bevindt, zal het noodige verkrijgbaar zijn bij de controleurs en gezagvoerende ambtenaren.

Zie in verband hiermede ook Bijblad 6036, waaruit blijkt dat de geneesmiddelen en verbandartikelen die op plaatsen, waar geen geneeskundige is gevestigd, worden verstrekt aan besturende ambtenaren enz. ook dienen om de behoeftige Inlandsche bevolking waar zij zich daartoe aanmeldt, zooveel mogelijk geneeskundigen bijstand te verleenen.

Bij de Gouv. Besl. van 6 October 1900 No. 20 (Bijbl No 5528), 28 Februari 1904 No. 8 (Bijbl. No. 5985) en 11 Augustus 1904 No. 13 (Bijbl. No. 6052) is bepaald dat ten dienste van de behoeftige Inlandsche en Europeesche bevolking aan particuliere geneesheeren geneesmiddelen, utensiliën en verbandartikelen uit 's Rijks magazijn kunnen worden verstrekt op machtiging van den Directeur van Onderwijs, Eeredienst en Nijverheid.

Bij het Gouv. Besl. van 31 Maart 1901 No. 12 (Bijbl. No. 5582) is bepaald dat aan beheerders van houtvesterijen ten dienste van de behoeftige Inlandsche bevolking en van het personeel in die houtvesterijen, voor zoover dat op vrije

Sluiten