Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

307

Directeur door den Hoofdinspecteur* Chef van den Burgerlijken Geneeskundigen Dienst,, de Inspecteur van dien dienst en de Gewestelijke Eerstaanwezende Officieren van Gezondheid in de Buitenbezittingen, uit wier geneeskundige ressorten leerlingen tot den eerstvolgenden cursus toegelaten kunnen worden, onder vermelding van het aantal voor elk gewest beschikbare plaatsen, uitgenoodigd om in overleg met de betrokken Hoofden van gewestelijk bestuur eene opgave in te dienen van de personen, die uit hun ressort to,t den inentingscursus wenschen te worden toegelaten.

Deze opgave moet bij den Directeur van de Landskoepokinrichting en het Instituut Pasteur, die omtrent de al of niet toelating beslist, worden ingediend uiterlijk aan het eind van de eerste week van de maanden April, Augustus en December.

(2) Bij de aanvragen om toelating worden overgelegd de bewijzen, omschreven in artikel 3.

(3) De toelating heeft plaats driemaal 's jaars, in de maanden Januari, Mei en September.

(4) Van de toelating der candidaten wordt kennis gegeven aan den Directeur van Onderwijs en Eeredienst, den Hoofdinspecteur, Chef van den Burgerlijken Geneeskundigen Dienst, de betrokken Inspecteurs van dien dienst of Gewestelijk Eerstaanwezende Officieren van Gezondheid, en de betrokken Hoofden van gewestelijk bestuur.

ARTIKEL 5.

De leerlingen ontvangen gratis de noodige leermiddelen en schrijfbehoeften.

ARTIKEL 6.

Het onderwijs aan den inentingscursus, waarbij het Maleisch, zooals dit te Batavia wordt gesproken, dan wel het Nederlandsch als voertaal wordt gebezigd, al naarmate de leerlingen die laatste taal machtig zijn, wordt gegeven door den Onderdirecteur der Landskoepokinrichting, daarin bijgestaan door een der aan die inrichting geplaatste vaccinateurs.

ARTIKEL 7. *)

(1) Leerlingen, die blijken geven van niet voldoenden aanleg, zich herhaaldelijk aan wangedrag schuldig maken, dan wel door

l) Gouv. besl. 9 April 1914 No. 29 (Bijbl. No. 8020).

Sluiten