Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

318

mogelijk dit vóór het vertrek van den patiënt te doen, dan worde de verklaring met den meesten spoed aan den Directeur der Landskoepok-inrichting en van het Instituut Pasteur gezonden.

De Directeur van Onderwijs, Eeredienst en Nijverheid, POTT.

J. CIRCULAIRE van den Directeur van het Instituut Pasteur te WELJEVREDEN van 25 Augustus 1909 omtrent de opzending van materiaal van van dolheid verdachte dieren naar het Instituut.

De ervaring heeft ons geleetd, dat het niet voldoende bekend is, op welke wijze materiaal van van dolheid verdachte dieren naar het Instituut-Pasteur moet worden opgezonden, ten einde ons in de gelegenheid te stellen een afdoend onderzoek te doen.

In den laatsten tijd is het weder herhaaldelijk gebeurd, dat wij materiaal ontvingen, dat door rotting of niet doelmatige keuze van het gezondene, ieder onderzoek onmogelijk maakte.

Om hieraan tegemoet te komen, meen ik goed te doen U hierbij enkele korte aanwijzingen toe te zenden omtrent het materiaal, dat wij voor ons onderzoek noodig hebben en de wijze waarop dit moet worden geconserveerd.

De Directeur van het

Instituut Pasteur, DR. A. H. NIJLAND.

Het toezenden van geheele cadavers of deelen er van (als afgesneden koppen) dient achterwege te blijven, indien deze niet binnen 24 uur na den dood van het verdachte dier aan het Instituut-Pasteur kunnen worden ontvangen. Het opzenden van cadavers of van niet geopende schedels in antiseptica (sublimaat, creoline, formaline en dergelijke) of in andere conservatiemiddelen als petroleum, glycerine, ongebluschte kalk of in luchtdicht afgesloten blikken bussen, verhinderd de optreding van rotting niet, zoodat dus ook op die wijze behandeld materiaal voor onderzoek ongeschikt is.

Indien het materiaal voor onderzoek niet binnen 24 uur na den dood van het verdachte dier ontvangen kan worden, dient op de volgende wijze te worden gehandeld.

Sluiten