Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

337

c. eene voorloopige bezoldiging van ƒ 250 (tweehonderd vijftig gulden) 's maands, ingaande met den dag van inscheping naar Nederlandsch-Indië en voortdurende tot dien, waarop de ambtsbezoldiging ingaat;

d. bij uitzending voor tijdelijken dienst, na beëindiging van het dienstverband en ingeval van ontheffing van de tijdelijke tewerkstelling, indien geen vaste aanstelling volgt en mits de ontheffing niet medebrengt de verplichting om ingevolge Ons besluit van 22 Juni 1916, No 12 (Staatsblad No 289) gelden terug te storten, recht op overtocht naar Nederland op denzelfden voet als omschreven onder a, welk recht echter slechts gedurende een jaar na de beëindiging of ontheffing van de tijdelijke tewerkstelling zal bestaan.

ARTIKEL 3.

Artsen, die bij de totstandkoming van dit besluit reeds voor den Indischen dienst zijn aangenomen, doch nog niet ter beschikking van den Gouverneur-Generaal zijn gesteld, kunnen, indien zij zulks wenschen alsnog worden uitgezonden op de voorwaarden, welke op het tijdstip hunner aanneming van kracht waren.

ARTIKEL 4.

De in Nederland uit dit besluit voortvloeiende uitgaven worden gekweten ten laste van het Eerste Hoofdstuk der bègrooting van uitgaven van Nederlandsch-Indië.

C. Indienststelling van een Gouvernementsarts bij de Ombilin kolenmijnen.

Gouv. Besl. van 31 Juli 1915 No. 36 (Stbl. No. 485).

Met wijziging in zoover van den aan het besluit van 24 Januari 1907 No. 61 (Staatsblad No. 64) gehechten staat der bezoldigingen van de ambtenaren en beambten bij de Ombilinmijnen beneden den rang van Ingenieur, zooals die staat laatstelijk is gewijzigd hij artikel II van het besluit van 17 April 1913 No. 40 (Staatsblad No. 339), op te heffen de betrekking van Europeesch geneesheer bij de Ombilinkolenmijnen en bij genoemd bedrijf in dienst te stellen een Gouvernementsarts op eene bezoldiging

22

Sluiten