Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

350

ARTIKEL 9.

Om als kweekeling tot de voorbereidende afdeeling te worden toegelaten, wordt vereischt:

a. dan de candidaat den leeftijd van 12 jaar heeft bereikt en het 17de jaar nog niet is ingetreden;

b. een gezond gestel, zonder lichaamsgebreken, ter beoordeeling van den Raad van Bestuur;

c. dat de candidaat de 2de afdeeling der hoogste of de lste afdeeling der middelste klasse eener Europeesche lagere school met vrucht heeft doorloopen, volgens het hoofd der laatst door hem bezochte school aanleg tot studie bezit en bij het in artikel 10 omschreven toelatingsexamen de bewijzen geeft, dat hij werkelijk in staat is, de lessen aan de school met vrucht te volgen; l)

d. het bewijs, dat de candidaat van een onbesproken zedelijk gedrag is, afgegeven door het Hoofd van plaatselijk bestuur, in wiens ressort hij de laatste twee jaren heeft verblijf gehouden;

e. dat hij met succes is ingeënt, of de natuurlijke pokken heeft gehad;

1) Gouv. Besln. van 9 December 1909 en 7 December 1910 Nos. 17 en 45 (Staatsblad 1909 No. 572 en 1910 No. 634) bevat eene afwijking van dit voorschrift:

Te bepalen, dat bij wijze van proef, met afwijking in zoover van artikel 9 sub c, van het „Reglement voor de school tot opleiding van Inlandsche .artsen", vastgesteld bij artikel 1 van het besluit van 9 December 1902 No. 38 (Staatsblad No. 443), als kweekeling tot de voorbereidende afdeeling van die school ook kunnen worden toegelaten Inlandsche jongelieden, die den geheelen cursus van een der speciale Inlandsche scholen in de residentie Oostkust van Sumatra, t. w. de Delische School te Medan, de Langkatsche school te Tandjoengpoera en de Asahansche school te Tandjoengbalei, dan wel die de hoogste klasse van de Ambonsche Burgerschool of de Menadosche school met vrucht hebben doorloopen;

zullende evenwel voor bedoelde jongelieden van kracht blijven de overige in de artikelen 9 en 10 van hoogervermeld Reglement voorkomende bepalingen betreffende de candidaten voor de voorbereidende afdeeling der genoemde opleidingsschool voor Inlandsche artsen, met dien verstande dat zij instede van het bewijs, bedoeld in de tweede alinea van laatstgenoemd artikel, waaruit blijkt welke afdeeling eene Europeesche lagere school zij hebben doorloopen, zullen moeten overleggen een bewijs dat zij den geheelen cursus van een der speciale Inlandsche scholen in de residentie Oostkust van Sumatra dan wel de hoogste klasse van de Ambonsche Burgerschool of de Menadosche school met vrucht hebben doorloopen.

Sluiten