Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

372

jaarlijksche verhoogingen elke van / 200.— (twee honderd gulden) 'smaands tot een maximum van ƒ 1200.— (een duizend twee honderd gulden) 'smaands; *)

b. zeven medische 2) leeraren, waarvan een tevens Onderdirecteur, op eene bezoldiging van ƒ 600 - (zes honderd gulden) 'smaands met vier driejaarlijksche verhoogingen van ƒ 100.— (een honderd gulden) 's maands tot een maximum van ƒ 1000.- (een duizend gulden) 'smaands, zullende de leeraar tevens onder-directeur bovendien eene toelage van ƒ 100.- (een honderd gulden) 'smaands genieten.

c. drie niet medische leeraren, ieder op eene bezoldiging van ƒ 450.— (vier honderd vijftig gulden) 'smaands met een tweejaarlijksche verhooging van ƒ 100 (een honderd gulden) 's maands en daarna vier driejaarlijksche verhoogingen elke van ƒ 75. (vijf en zeventig gulden) 's maands, tot een maximum van / 850. (acht honderd vijftig gulden) 's maands. 2)

'd. drie onderwijzers van het Europeesch openbaar lager onderwijs, daartoe aan te wijzen door den Directeur van Onderwijs en Eeredienst, en wel: een hoofd der voorbereidende afdeeling, onderwijzer der le of der 2e klasse en twee onderwijzers der lste, 2de of 3de klasse, 3) allen op de gewone inkomsten en verdere voordeelen voor onderwijzers van gelijken rang vastgesteld, benevens eene toelage van / 25.— (vijf en twintig gulden) 'smaands ieder;

e. voor onderwijs in de oogheelkunde ƒ 250.- (twee honderd vijftig gulden) 'smaands;

/. voor onderwijs in de Nederlandsche en Duitsche talen ƒ 200.— (twee honderd gulden) 'smaands;

g voor onderwijs in de artsenijbereidkunde / 100.— (eenhonderd gulden) 'smaands, dan wel indien dit onderwijs aan den leeraar in de scheikunde wordt opgedragen / 50.— (vijftig gulden) 'smaands;

h. vijf assistent-leeraren (Inlandsche artsen) op de gewone inkomsten voor Inlandsche artsen vastgesteld, benevens eene toelage, bedragende voor twee van hen ƒ 100. —(een

1) Stbl. 1916 No. 556.

2) Stbl. 1915 No. 386.

3) Stbl. 1916 No. 423.

Sluiten