Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

398

10. REGELING van het binnenlandsch verlof en van den onderstand gedurende dat verlof der Inlandsche vroedvrouwen.

Staatsblad 1903 No. 381.

De Hoofden van gewestelijk bestuur te machtigen om aan de In hun gewest geplaatste Inlandsche vroedvrouwen, welke op den voet van het besluit van 21 Januari 1898 No. 14 (Staatsblad No. 46) onderstand genieten, wegens gewichtige redenen te vergunnen zich voor een tijdvak van ten hoogste drie maanden van hare standplaats te verwijderen ;

met bepaling dat gedurende dat tijdvak de onderstand wordt genoten:

ten volle over de eerste maand,

voor de helft over den verderen duur van het verlof.

VII. Verplegingspersoneel. /. Regelen voor de OPLEIDING van Inlandsch verplegingspersoneel.

Gouv. Besl. 6 Augustus 1911 No. 31, junctis de Gouvernementsbesluiten van 12 December 1911, 9 Augustus 1914, 29 Mei 1915 en 9 Mei 1916 Nos. 28. 33, 42 en 21.

§ I. Opleiding van Inlandsch verplegingspersoneel geschiedt door geneeskundigen, aan het hoofd staande van openbare of particuliere burgerlijke ziekeninrichtingen, de laatsten voor zoover zij zich daartoe bereid verklaren en door den Hoofdinspecteur van den Burgerlijken Geneeskundigen Dienst daarvoor geschikt worden geacht.

§ II. In opleiding kunnen genomen worden Inlanders en met dezen gelijkgestelden van beiderlei kunne, die:

a. eene openbare Inlandsche lagere school der tweede klasse met vrucht hebben doorloopen of op andere wijze eene gelijkwaardige ontwikkeling hebben verworven;

b. niet jonger zijn dan 16 jaar en niet ouder dan 21 jaar;

c. blijkens eene geneeskundige verklaring een gezond gestel hebben; x)

§ Hl. De aanwijzing van in opleiding te nemen „leerlingen verpleger (verpleegster)" geschiedt door den Hoofdinspecteur !) Zie voor de keuring ter erlanging van deze verklaring Bijblad No. 8102.

Sluiten