Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

425

(3) Indien het overleg niet tot overeenstemming leidt, beslist de Hoofdinspecteur, die alsdan den in de vorige alinea bedoelden staat vaststelt.

(4) Wijzigingen in dien staat kunnen mede na verkregen overeenstemming tusschen Inspecteur en Directeur worden aangebracht. Van deze wijzigingen stelt de Directeur den Hoofdinspecteur in kennis.

ARTIKEL 7.

(1) De Directeur is verplicht - onverminderd zijn bevoegdheid om zich daarna met zijne bezwaren tot den Hoofdinspecteur te wenden _ zijne medewerking te verleenen aan door den Inspecteur met gebruikmaking van de hem verleende bevoegdheid te geven opdrachten, detacheeringen enz. waar het betreft in de centrale burgerlijke ziekeninrichting te werk gesteld of te stellen personeel, niet behoorende tot de vaste formatie der ziekeninrichting in den zin van artikel 6, alinea 1.

(2) Opdrachten, detacheeringen enz. als vorenbedoeld aan personeel wel behoorende tot de vaste formatie der ziekeninrichting in den zin van artikel 6, alinea § kunnen door d=n Inspecteur alleen gegeven worden met instemming van den Directeur der ziekeninrichting, behoudens beslissing van den Hoofdinspecteur ingeval van verschil van meening.

ARTIKEL 8.

(1) De Directeur is gehouden, buiten het beheer van de hem toevertrouwde ziekeninrichting, behalve de werkzaamheden welke voortvloeien uit algemeene verordeningen of uit beschikkingen der Regeering, ook alle opdrachten te vervullen welke hem door den Hoofdinspecteur zijn of zullen worden opgedragen.

(2) Met name neemt hij zitting als voorzitter van de commissie tot keuring van adspirant burgerlijke landsdienaren op zijn standplaats en verder, indien hij daarvoor aangewezen is, in de commissiën Ol afneming van geneeskundige examens' terwijl hij verder belast is of kan worden met de opleiding van geneeskundig hulppersoneel overeenkomstig de daarvoor geldende regelingen.

Sluiten