Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

426

ARTIKEL 9.

Overeenkomstig het bepaalde bij artikel 12. sub II, van het Gouvernementsbesluit van 28 December 1914 No. 2 (Staatsblad No. 786) is den Directeur — behoudens eene speciale door den Hoofdinspecteur jaarlijks te verleenen vergunning als in gemeld Gouvernementsbesluit bedoeld — in het algemeen verboden het uitoefenen van particuliere geneeskundige praktijk van welken aard ook, met dien verstande dat onder dit verbod niet is begrepen het houden van consulten met andere geneesheeren voor zoover de belangen van den dienst dit toelaten, en het verleenen van oogenblikkelijke hulp in dringende gevallen.

ARTIKEL 10.

De Directeur stelt een huishoudelijk reglement vast waarin alles wordt geregeld wat betrekking heeft op den inwendigen dienst. Dit reglement vereischt de goedkeuring van den Hoofdinspecteur.

ARTIKEL 11.

De Directeur is overeenkomstig de daarop betrekking hebbende voorschriften in het „Reglement op het houden der registers van den burgerlijken stand voor de Europeesche en daarmede gelijkgestelde bevolking in Nederlandsch-Indië", verplicht zorg te dragen dat van ieder sterfgeval onder de in de ziekeninrichting verblijf houdende Europeesche en daarmede gelijkgestelde personen, alsmede van iedere geboorte uit personen als vorenbedoeld, aangifte wordt gedaan aan den ambtenaar van den burgerlijken stand op zijn standplaats.

ARTIKEL 12.

Bij afwezigheid of ontstentenis van den Directeur gedurende niet langer dan een week wordt zijn dienst waargenomen door den in diensttijd oudsten der aan de ziekeninrichting verbonden, op het oogenblik daarvoor beschikbare Europeesche geneeskundigen. Duurt de afwezigheid of ontstentenis langer dan een week of is geen Europeesche geneeskundige voor de waarneming beschikbaar, dan wordt daarin op andere wijze door den Hoofdinspecteur op voordracht van den Directeur en bij ontstentenis van dezen op voordracht van den betrokken Inspecteur voorzien.

Sluiten