Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

470

D. Eenige speciale voorschriften omtrent keuring van landsdienaren.

1. Bij de keuring dient rekening te worden gehouden met den reeds volbrachten tijdelijken dienst.

(Circ Hisp. B. G. D. aan de Commissies tot keuring van aspirant burgerlijke landsdienaren van 2 November 1916 No. 9043).

Het is eenige keeren voorgekomen dat eene Commissie tot keuring van aspirant burgerlijke landsdienaren bij het keuren van een candidaat die in vasten burgerlijken dienst wenschte te worden opgenomen, zich zonder meer bepaald heeft tot het stellen van den gelijkvormigen eisch dat die geschiktheid den Lande voldoende waarborgen moet geven tegen de kwade kansen op ontijdige pensionneering en ziekteverloven gedurende een diensttijd van 20 jaren. .

Daarbij werd geen rekening gehouden met den vermoedelijk noodigen duur dier geschiktheid en dus niet in aanmerking genomen hoe lang belanghebbende nog zou moeten dienen om recht te verkrijgen op pensioen wegens volbrachten dienst Deze opvatting is m. i.-en de Regeering heeft zich met mijne meening ten dezen vereenigd—niet juist.

Geldt het eene keuring voor opneming in vasten d.enst van personen, die reeds een aantal jaren tijdelijken dienst achter den rug hebben, dan brengt een logische gedachtengang mede met meer te eischen dat de betrokkene den Lande lichamelijk minstens nog 20 jaren zal kunnen dienen, doch integendeel rekening te houden met het reeds bereikte aantal jaren tijdelijken dienst.

De ratio toch van het keuringsreglement is om den Lande te vrijwaren voor de kwade kansen op ontijdige pensionneering. en ziekteverloven.

Hoe grooter nu het aantal jaren door den aspirant ambtenaar in tijdelijken dienst doorgebracht, hoe kleiner die kansen worden en hoe matiger dus de eischen-zonder miskenning van het doel der keuring-gesteld kunnen worden.

Ik heb de eer Uwer Commissie te verzoeken met het vorenstaande bij voorkomende gevallen rekening te willen houden.

Ik kan hieraan nog toevoegen dat de Regeering bij de vaststelling van den leeftijdsgrens voor opneming van personen in 's Lands vasten burgerlijken dienst (vgl. artikel I, § III van het Gouvernementsbesluit van 15 April 1916 No. 36, zoo-

Sluiten