Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

512

ARTIKEL 13.

(1) De in het vorig artikel bedoelde personen hebben toegang tot alle fabrieken en werkplaatsen.

(2) enz.

(4) Buiten dringende noodzakelijkheid mag het onderzoek niet plaats hebben vóór zonsopgang of na zonsondergang.

(5) In fabrieken en werkplaatsen, die tevens woningen zijn of alleen door een woning toegankelijk zijn, treden de in het eerste lid bedoelde personen tegen den wil van den bewoner niet binnen dan op vertoon van een bijzonderen schriftelijken last van het Hoofd van gewestelijk of plaatselijk bestuur. Van dit binnentreden wordt door hen procesverbaal opgemaakt en binnen twee maal vier en twintig uren aan dengene, in wiens woning is binnen getreden, in afschrift medegedeeld.

ARTIKEL 14.

(1) De in artikel 12 bedoelde personen zijn verplicht tot geheimhouding van hetgeen hun in plaatsen, waar zij krachtens artikel 13 binnentreden, omtrent het daar uitgeoefend wordend bedrijf is bekend geworden, voor zoover het niet in strijd is met de bepalingen van deze of van eene andere algemeene verordening.

(2) enz.

Uitvoeringsvoorschriften van den Directeur der Burgerlijke Openbare Werken.

Besl. van dien Dep. chef van 19 Aug. 1910 No. 11996/Stw en 6 Juni 1913 No. 9375/Stw. Extract

ARTIKEL 5.

Ad art 2, sub 18 van het veiligheidsreglement.

a. In fabrieken en werkplaatsen moeten aanwezig zijn:

A. Een of meer eenvoudige vervoermiddelen voor gekwetsten (bale-balé's, brancards).

B. Een verbandkist (-trommel) volgens voorgeschreven model (zie de bij dezen staat behoorende inhoudsopgave).

b. Het aantal vervoermiddelen en het model der verbandkist (-trommel), welke aanwezig moeten zijn, worden voor iedere

Sluiten