Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

530

ƒ 0.25 (vijf en twintig cent) per paal J) wordende dit laatste bedrag verhoogd met respectievelijk ƒ0.12x/2 (twaalf eh een halven cent) dan wel ƒ 0.nL/2 (zeventien en een halven cent), naar gelang één dan wel meerdere met het recht van declareeren in dienst reizende landsdienaren worden medegevoerd zonder dat deze(n) zich door een eigen of ingehuurde automobiel doet(n) volgen, zullende door de medereizenden alsdan geen transportkosten in rekening mogen worden gebracht over de als medereiziger afgelegde afstanden; c. de transportkosten van de eigen automobiel over dat gedeelte van de dienstreis, waarop gebruik wordt gemaakt van spoor of tram; II. bij dienstreizen niet per automobiel, overeenkomstig de bepalingen van het Reisreglement, dan wel krachtens de speciaal voor den betrokken landsdienaar ter zake getroffen regeling, en, zoo het een dienstreis per motorrijwiel betreft, op den voet van artikel twee van het besluit van 7 Januari 1913 No. 3 (Staatsblad No. 12);

met opdracht aan alle ambtenaren, op wie de bij dit artikel vastgestelde regeling toepasselijk is verklaard, om aan het Departement van Gouvernementsbedrijven jaarlijks eene opgave in te dienen van het door hen in het afgeloopen jaar gedeclareerd aantal palen. Ten tweede enz. Ten derde enz.

Ten vierde: De betrokken Departementschefs v. z. n. uit te noodigen om:

a. aan de Algemeene Rekenkamer en den Directeur van Gouvernementsbedrijven mededeeling te doen van de krachtens artikel 1 van dit besluit genomen beschikkingen;

b. enz. Afschrift, enz.

i) Zie Gouv. Besl. 20 September 1913 No. 44 (Bijblad No. 7917.)

Sluiten