Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

562

XXVII. Maatregelen tegen het begraven van schijndooden.

Circulaire van den lsten Gouvernements Secretaris aan de Hoofden van Gewestelijk Bestuur van den 5den April 1911 No. 791 (Bijbl. No. 7362).

Tot vermindering van de kans dat schijndooden begraven worden, acht de Gouverneur-Generaal het wenschelijk, dat de bestuursambtenaren de bevolking nu en dan wijzen op de noodzakelijkheid om eerst een behoorlijken tijd na het intreden van den dood tot de teraardebestelling over te gaan en op het gevaar dat aan een te spoedig begraven verbonden is.

DoorUHEdG' te verzoeken, de onder U ressorteerende bestuursUEdG.

ambtenaren in dien zin van de noodige instructiƫn te willen voorzien, heb ik de eer, aan een van den Landvoogd ontvangen opdracht te voldoen.

De lste Gouvernements Secretaris, (w.g.) DE GRAEFF.

XXVIII. Verplichte doodschouw.

Ordonnantie in Stbl. 1916 No. 612.

Dat Hij, het wenschelijk achtende over te gaan tot invoering van een verplichte doodschouw onder Inlanders en Vreemde Oosterlingen;

Lettende op de artikelen 20, 29, 31 en 33 van het Reglement op het beleid der Regeering van Nederlandsch-Indiƫ; Heeft goedgevonden en verstaan:

ARTIKEL 1.

Op door den Gouverneur-Generaal aan te wijzen plaatsen mag, behoudens het bepaalde in artikel 4, niemand overgaan tot het begraven van een lijk van een Inlander of Vreemden Oosterling, zonder dat een doodschouw heeft plaats gehad en daarvan, alsmede van de bevinding bij de doodschouw, eene verklaring is afgegeven.

Sluiten