Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

576

Is het echter gewenscht om den ambtenaar een recht op periodieke vrijstellingen van dienst te geven en is daarvan eene vermeerdering van uitgaven het gevolg, dan zal daartoe niet mogen worden overgegaan dan nadat een voorstel aan de Regeering is gedaan en op de geldelijke gevolgen bij de begrooting is gerekerid.

Mede enz.

De wd- lste Gouvernements-Secretaris, (w.g.) SMEETS.

ALGEHEELE GELIJKHEID VAN EUR. EN INL. LANDSDIENAREN BIJ DE TOEPASSING VAN HET VERLOFREGLEMENT.

Circ. Gouv. Secr. 24 Februari 1914 No. 480 aan de Hoofden van gewestelijk bestuur (Bijblad No. 8181).

Uit eene onder de aandacht van den Gouverneur-Generaal gebrachte beschikking van een Hoofd van gewestelijk bestuur op een verzoek om verlenging van binnenlandsch verlof is Zijner Excellentie gebleken, dat het Reglement omtrent het verleenen van binnenlandsche verloven aan Europeesche en Inlandsche burgerlijke landsdienaren (Staatsblad 1912 No. 198) !) door de betrokken autoriteit verschillend werd toegepast naar gelang van den landaard der verlofgangers.

Het bedoelde verzoek om verlofsverlenging wegens ziekte, ingediend door een Inlandsch ambtenaar, die eene gewoonlijk door Europeanen bekleede betrekking vervulde, werd namelijk afgewezen o. m. op grond van de overweging dat, al wordt een Inlandsch landsdienaar op gelijken voet bezoldigd als zijne Europeesche collega's, er geen aanleiding bestaat hem, indien hij door ziekte als anderszins niet meer in staat is zoodanige betrekking te vervullen, zoolang mogelijk daarin te handhaven. Waar een Inlander wegens zijne geringe levensbehoeften bij ontslag uit de betrekking onder toekenning van wachtgeld niet bepaald behoeftig wordt, - aldus luidde de motiveering, - behoeven in dit opzicht niet dezelfde motieven te gelden welke tot verlofsverlenging aan een in gelijke omstandigheden verkeerend Europeesch landsdienaar leiden.

i) Blz. 568.

Sluiten