Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

609

zijn verbonden, wordt, ook waar zulks niet uitdrukkelijk is voorgeschreven, het toekennen dier verhoogingen afhankelijk gesteld van ijverige en trouwe plichtsbetrachting.

ARTIKEL 2.

Dadelijk bij het voorvallen van eene tekortkoming en anders aan het eind van den termijn voor eene periodieke verhooging gesteld, wordt door de autoriteit, door wie de verhooging is te verleenen, beslist: * a- in het eerste geval, of de tekortkoming van dien aard is dat zij aanleiding behoort te geven tot verlenging van den voor de eerstkomende periodieke verhooging gestelde termijn en, zoo ja, tot welke verlenging; b. in het tweede geval of de betrokkene'door ijverige en trouwe plichtsbetrachting gedurende den gestelden termijn zijn recht op de verhooging behouden heeft, en zoo neen hoe lang de verhooging met het oog daarop behoort te worden u.tgesteld in afwachting van betere plichtsbetrachting.

ARTIKEL 3. i)

Wanneer aan de voor eene betrekking of ambt vastgestelde bezoldiging meer dan één periodieke verhooging verbonden is behoeft het enkele feit, dat de toekenning van één dier verhoog.ngen op den voet van het bepaalde bij artikel 2 is uitgesteld geen aanleiding te geven om de volgende verhoogingen te doen ingaan op een later tijdstip dan dat, waarop die verhoogingen, zonder dat uitstel, zouden moeten worden toegekend, zoodat telkens wanneer laatstbedoeld tijdstip aanbreekt de verhooginq kan worden toegekend, indien daartegen op zich zelf geen bedenkingen zijn gerezen.

ARTIKEL 4.

De bepalingen van de voorgaande artikelen vinden geen toepMttng ten aanzien van landsdienaren, die op het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit betrekkingen of ambten beklee!!^aan welker bezoldiging periodieke traktementsverhoogingen 2 Dit artikel is 00k van toepassing op personen, aan wie vóór de inwerkmgtreding daarvan de straf van iatere toekenning van de ee«tk0•iviu No. 1425 aan den Dir. O. E. N.).

39

Sluiten