Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

616

Regeering het verleenen van onderstand aan weduwen van Inlandsche ambtenaren wenschte beperkt te zien tot de weduwen van Regenten en tot enkele andere bij wijze van gunst, indien daartoe wegens hooge geboorte of andere politieke consideratiën, voldoende reden werd gevonden, terwijl in een daarop gevolgd', mede van dit Departement uitgegaan rondschrijven van 26 October 1893 No; 6179, opgenomen onder No. 4912 van het Bijblad het beginsel werd bekend gemaakt om bij het verleenen van onderstand aan weduwen van Inlandsche landsdienaren wegens hooge geboorte niet verder te gaan dan tot kleindochters van Regenten.

In voldoening aan eene daartoe strekkende uitnoodiging >) der Regeering heb ik de eer UHEdG. mede te deelen dat het den Gouverneur-Generaal wenschelijk is voorgekomen naast de vorenstaande instructiën als regel aan te nemen, dat ook aan weduwen van Inlandsche ambtenaren, geen dochters of kleindochters van Regenten zijnde, op den bestaanden voet onderstand kan worden toegekend, wanneer hunne echtgenooten in of door de uitoefening van hun ambt of ter zake van die uitoefening tengevolge van gewelddadige aanranding of verzet, van met gevaar gepaard gaande dienstverrichtingen, overleden zijn.

De Directeur van Binnenlandsch Bestuur, (w.g.) VAN REES.

7. Bijbl. No. 6996.

De Gouverneur-Generaal is van oordeel 8), dat het om redenen van billijkheid als anderszins aanbeveling verdient om in den vervolge aan weduwen van Inlandsche landsdienaren, die in of door de uitoefening van hun ambt of ter zake van die uitoefening tengevolge van gewelddadige aanranding of verzet of van met gevaar gepaard gaande dienstverrichtingen overleden zijn, wanneer zij niet in hun onderhoud en dat van

i) Blz. 614.

») M G. S. 18 Januari 1905 No. 250. ») M. G. S. 29 December 1908 No. 3700.

Sluiten