Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

deel wil verontschuldigen, bevat zijne uitspraak Zeker iets waars, omdat er een essentieel element dezer kunst in omschreven is» Iets waars» —■ maar in anderen zin dan hij het bedoelde* en niet als verkleining. Nu is dat iets anders. Wij zijn opgegroeid tusschen Zijne klanken. Hij heeft ons gehoor vervormd en onze gehoorssensibiliteit verscherpt. Onze ontroerbaarheid voor Zijne muziek is het erfdeel dezer tijden. Toen was dat anders. Toen was het een teeken van genialiteit, als men iets van zichzelf in het werk van Wagner herkende.

Men vond dan toen de eerste werken van Wagner koortsachtig.

Men voelde bij „Tannhaüser" iets van de koorts, die den schepper (volgens zijn eigen getuigenis) bij het scheppen had aangegrepen.

Zelfs Berlioz. de onstuimige» de wilde passieman, laakte het overmatig gebruik van een nerveus klankeffect in den „FUegenden Hollander."

Van de meesters uit de Beethoven-periode was L. Spohr de eenige, die de intuïtie voor Wagner's genie bezat.

Maar, wat hij vooral in hem hoogschatte, was de ernst, waarmede de jonge kunstenaar streefde, de grenzen van zijn kunst te verruimen.

En Rossini, de verachter van drama en litteratuur, de bejaarde viveur in de kunst, die op den divan van zijn roem behagelijk uitrustte, Rossini deed hetzelfde.

Maar de man onder de tijdgenooten, voor wien Tannhaüser en Lohengrin onmiddellijke open-

ia

Sluiten