Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dige schepping van haar eigen Ik, die de zichtbare wereld is, en nimmer het element der lyrische uiting, de meest onstoffelijke, allervluchtigste materie der kunst: de klank—de gesproken klank van het woord, de gezongen klank van de stem of het instrument—zóózeer de verkwikkingsdraak en het pijnstillend incantamentum voor den angstigen drang en het wreede begeeren:

„Zij is de liefste, allerliefste, moeden, Die zich moe leefden, aan het zien en smaken Der volle wereld, drinken haar en raken Haar soms met lippen, willen haar altijd, Zij geeft van alles hun vergetelheid/'

En zoo is ook de Epische Kunst van vroeger — die de vereerend-vereeuwigende, monumentaaicontemplatieve is, de oudste primitieve kunst van den Ziener-van-God in het zichtbare en onzichtbar e, van den God der gemeenschap, die de schoonheid is en de levensbron van geslachten en tijden, dien hij mocht aanschouwen, de epische kunstenaar, en wiens wezen hij mocht openbaren in tempels en beelden van marmerenklank—zoo is zij nu vreemd en ver van deze eeuw van lagen levenshorizon der velen, en ziele-tweevoud der weinigen j en wisselend met de tijden leefde zij nu een historisch bestaan in de beschouwing van haar verleden, en den beschouwer troostend in de vale armoede van het dagleven, die door het vermogen der zelfverdubbeling beurtelings geniet van de vreemde doodehjk-stü gewordene schoonheid en van zijn eigen intellect-liefde.

3

33

Sluiten