Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tantsch dogmatisme, de prototyp in het kleine van Hem, wiens werk staat in de lente-evening van dit evolutieve tijdperk van Palestrina tot Beethoven, hoogklinkend boven den wellustigen rococo-zang der opera, hoog uit boven den nabloei der oude Romeinsche vocaalschool en het klein-fijne spel der allengs zelfstandig-wordende instrumenten: Johan Sebastiaan Bach.

Is er niet overal in zijn werk de echo van het verledene, de voorspelling der toekomst, de temperatuur der lente, de gelijktijdigheid van zomer en winter, van het oude en jonge ? Een wereld van nieuwe emoties, gebouwd in geluiden, de religieuse lyriek van het Noorden, de volksziel geheven tot zijn hoogste hoogte van voelen, tot religieuse extase, het rhythnusche volkslied en de daaraan verwante koraal met den door onvergelijkelijke vindingen van rhythmus en harmonie vermeerderden rijkdom der uit Italië naar Holland en Noordpuitschland gevluchte polyphone kunst, verheerlijkt tot de zingende taal zijner stil-verrukte godsvisioenen — melodieën van lichaamlooze lichtheid, naleven humor of serene gratie, omzongen van fijngolvende contrapunten, melodieën van teer-mystiesch, of sterk-innig geloof, melodieën van landschapsvisioenen van prae-rafaëhsche liefelijkheid of zoete avond-teerheid, alsof de innigheid zijner emotie de zichtbare wereld stil overglansde—het rhythmische volkslied, door de macht zijner contrapuntiesche kunst vermenigvuldigd tot coruscante geluiden van apocalyptische visies, tot zilverbliksemend jubelgedaver van zalig-vervoerde engelenscharen, of geslagen tot weenende

45

Sluiten