Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zaak hunner zinne-bekoringen en -beroeringen.

Het is de geest van Baudelaire die in allerlei verkleuringen in de Fransche litteratuur der na hem gekomenen zich openbaart, het pessimistisch epicurisme van wie oververzadigd van het zien en hooren, van het betasten en proeven, van het gansche vibrato van Geest en Materie, het bitter weten bezitten, een late vrucht van den boom der cultuur, van schoone ziekelijkheid te zijn, met een oneindig verleden en zonder oneindige toekomst, de wrok van Huysmans tegen zijn tijd, de erkende onwaarde van alle activiteit, dé sympathie, die nu in Frankrijk de uiterst verfijnden verbindt met hen, wien het dynamiet de eenige sleutel der toekomst is'), de zelf-exaltatie van den eenling tegenover de leelijke maatschappij, het heimwee, waarmede sommigen verlangend staren naar de verre tijden, toen het leven des daags óók de liefde en de arbeid kon zijn van denkers en dichters, en de droom niet uit het dagleven gebannen was, een illusie. Want op alle tijden, volken en enkelen is rustend de taak, het acccord tusschen het De, het „binnen-eigene" en het Niet-Ik te vinden. Maar een troost is het, voor wie het tijdsbewustzijn bezitten, zich te verdiepen in dekunst en litteratuur der Christelijke Mystiek, om te midden van de anarchie der gedachten en neigingen, temidden van de bedwelming der woorden, op stille avonden stil te staren in ingekeerdheid naar de visioenen van hen, die eenmaal

\ Zie Rémy de Gourmont, rWéalisme, 1893, en het artikel van Kerre Quillard ia de Mcrcure de France (Sept. 1892).

67

Sluiten