Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Dat is de reflectie, die de herinnering der primitieve aandoening vervormt. Maar van lijnrecht tegengestelden aard is de oorsprong en de natuur der beide reflecties, daar deze is individualistisch, gene monumentaal-politisch j deze van de natuur der lyriek, subjectief-solitair, gene van de natuur van het epos: objectief-communaal. Het symbolisme is een uiterste in de kunst der lyrische zelf-exaltatie, analoog aan het anarchistisch beginsel in het maatschappelijke rijk1), en aan het „dilettantisme'' in het rijk der ideeën. Het middeneeuwsche gemeenschapsleven, het religieuse en het maatschappelijke, waarin het Geloof, dit a de harmonie-mVzelfverloochening tusschen Daad en Gedachte, Gevoel en Rede, het leven in zijn geheel en in zijne kleinste deelen overstralend verheerlijkte—daarvan leefde een verre consciëntie, een herinnering'' in Platonischen zin, in de ziel van Alberdingk Thym en maakte hem rijk met een Liefde-uit-Weten. Zulke verlangens, versterkt door impulsies van Wagner's werken en meeningen, zijn conceptie van een volk als een menschheid door gemeenschap van geestelijke verlangens gegroeid tot een éénheid, als voorwaarde, als ontvangster van 't kunstwerk2): dit is de oorsprong van het werk, dat de kunstenaar zelf aanduidde met den naam: gemeenschapskunst.

Een dergelijke verwarring heerscht in de Fransche litteratuur omtrent de betrekkingen van het neo-idealisme met de oude mystiek. De auteur

*) AItfe°s dat door artisten geformuleerd wordt, bijv. in 1 Idealisme van Rémy de Gourmont. *) Wagner, Ges. Schrift, III, p. 58.

69

Sluiten