Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

heel den antiphilosophischen, vulgair-profanen geest, de vrucht der moderne historie en natuurwetenschap*

Nu wordt, weer als eens bij de diepreligieuse Hellenen, geprezen van het geslotene oog het gezicht1). En aldus sluitend het oog (myssontes), zoekt hunne wijsheid in de reflectie der zichtbare wereld in hun binnenste de sporen te vinden van God. Aldus zijn zij mysten en alles voor hen is natuur, emanatie en tevens verhulling der godheid, en de namen der dingen zijn thands aan de dingen zelve gelijk, want niet reëeler is hun het ding, dan de naam. „Dat omnia", zegt Thomas a Kempis2), "in omnibus amans, quia in uno summo super omnia quiesdt, ex quo omne bonum fluit et procedit."

Dit te zien, heeft Huysmans zijn haat belemmerd tegen het klein-actueele Parijsche leven rondom hem, en niet enkel zijn haat tegen „dat ijdele bestaan, dat wij allen leiden"3), misschien ook zijn vroeger verkeer met de naturalistische meening, en daaruit de neiging, de dingen afzonderlijk en naar hun uiterlijke verschijning te zien en niet als evenveel variëteiten en evenveel vermommingen van dezelfde nimmerrustende zucht om het Nu te stichten, de colonie der Rust, de versmelting van Voorheen en Toekomst, om het Eéne te vinden, het Eéne niet wankele. Want de verachtlijke bende der mode-jongleurs-met-religieuse-motieven, die Huysmans3) zoo bitter begiet

*) Maeterlinck, Pelléas et Mélisande.

«) Imit., III, 3, 4.

•) Latin Mystique Préface.

79

Sluiten