Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

II

Wie nü nog jeugdig genoeg zijn om gelooven en hopen te kunnen, zien dezen tijd als een overgangstijd en niet alleen vol van den angst van het oogenbhk, maar ook van de zware verwachting der toekomst.

Twee zijn er onder de groote hopeloozen reddeloos wanhopend: Nietzsche en Huysmans. Maar als de philosoof de dingen ziet in den grooten historischen horizon, en voelt de decadence van dezen tijd als een onbreekbare macht over het oude Europa, en zijn haat is hardkoel, onbewegelijk trotsch en geweldig, bovenal een jaloersche haat tegen het Christendom, is het sentiment van Huysmans dat van den verfijnd-Parijschen artist, minder cerebraal, meer subjectief-zwevend, meer vrouwelij k-neryeus en gekleurd door de hallucinaties van zijn pijnscherpe zenuwaandoeningen, de wanhoop van den hartegebrokene, de weemoed van het onherroepelijk verlorene.

„II s'apercevait enfin que les raisonnements du pessimisme étaient impuissants a le soulager, que rimpossible croyance en une vie future serait seule apaisante".........

„Allons, fit-il, tout est-bien fim; comme un raz de marée, les vagues de la médiocrité humaine montent jusqu'au ciel et elles vont engloutir le refuge dont j'ouvre, malgré moi, les digues. Ah le courage me fait défaut et le coeur me leve! Seigneur, prenez pitié du chrétien qui doute, de 1'incrédule qui voudrait croire, du for9at dé la vie qui s'embarque seul, dans la nuit, sous un

83

Sluiten