Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De haat tegen de strenge syntactische tucht, die de koel-volbloedige woorden beheerscht en ze schaart tot strijdhafte colonnen van demonstratie, wier zegevierend onstuitbare gang het rhythme is, in het groot van de heerschzucht, in het klein van de hebzucht en pleiters-ambitie, deze drie sterkste passies van het hardvochtigste, materieelste, meest antimystieke en onphilosophische volk der oude Romeinen.

Merkwaardig de antipathie van dezen uiterst vermoeiden geest tegen al wat in litteratuur alleen het type der romeinsche activiteit vertoont. Want niet enkel de stijl van het Ciceronisme, ook de latere minder stroomende, meer staand-gespannen prozastijl van het Keizerrijk — welks voorbeeld was de pijlspitse aphoristiesche kunst van Sallustius — de Senecastijl met haar prismaflikkeringen, haar pretentieuze telgangerstap, haar driftig-nerveuze bewegelijkheid, die woordwording was van de uiterst wereldsche ziel dezes hoogst spiritueelen rhetors, en de Tadtusstijl met zijn straffe spanning, voornaamheid van rhythme en koperen galm, zijn Huysmans onverschillig of antipathiek. Want het zijn slechts verschillende dialecten van de eene taal der activiteit en persoonlijke wereldsche eerzucht. Het is de taal der politiek „cette basse distractiondes esprits médiocres" (A Rebours p. 35), de aartsconsequente antipathie van het meest artificieele en artistieke epicurisme.

En als hij ook zich niet voelt ziele ver want, ondanks zijn Hollandsche afkomst, zooals Vondel en Hooft, aan Virgüius en Ovidius, om hun diepe vertrouwelijkheid met het reëel-zichtbare, om hun

85

Sluiten