Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

liefde tot dat iets, „dat bekoort in ieder ding", waaruit Virgilius schiep de Georgica en de dansende Copa Syrisca, als hij doof is voor het helderrijke vokalenspel, de muzikale mozaïek van Horatius' Oden, — dan is het diezelfde antipathie tegen het klassiek-romeinsche, die hem op verscheidene wijzen deed liefhebben: den roman van Petronius, met zijn moderne objectiviteit en soepele zilvertinkelende taal, het somptueus-pathetische gedicht van Lucanus, evenzeer als de barbaarsche bontheid van Apulejus den Africaan, de laatste kreet van het stervende heidendom, de epopeeën van Claudianus, die met den fatalen klaroenklank van zijn hexameters het zieltogende rijk doorschalde, — en eindelijk, behalve het proza der christelijke Apologeten, waarin hem nog de antieke rhetorica hinderde, de geheele christelijke litteratuur van het Carmen Apologeticum van Commodianus van Gaza af, tot het einde van den Carolingischen tijd.

In Ausonius en de Hymnenpoëzie van de derde tot de zesde eeuw, van Hilarius van Poitiers, Prudentius Clemens, den dichter der Psychomachia en van het suave „Salvete flores martyrum", Paulinus, Ambrosius, Venantius Fortunatus en Claudianus Mamertus, aan wie de beroemde hymnen „ Vexilla regis" en „Pange lingua" worden toegeschreven, — heerscht nog de antieke traditie in verskunst en woordstijl.1) Maar reeds zijn Prudentius en Ve-

1) Vergel. Ambrosius' Hymnus in postulatione serenitatis 5—35 met Ovid. Met. I, 263, Meropius Paulinus Psalm I met Hor. Epod. II. Verscheidene door Gourmont niet gepubliceerde Hymnen zijn te vinden bij Kehrein, Chrisdiche Dichter des Mittelalters, Frankf. 1841.

86

Sluiten